Herinneringslantaarn

Houd de herinnering aan een overleden dierbare levend. Voor altijd.

Herinneringslantaarn

Houd de herinnering aan een overleden dierbare levend. Voor altijd.

Introductie

De Herinneringslantaarn

De Herinneringslantaarn bevindt zich in het opengewerkte deel van de OLV-toren waarop de klokwijzerplaten zijn gemonteerd. In dit deel blijft vanaf één uur ’s nachts het licht branden als de overige verlichting van de toren is uitgeschakeld. Daarboven bevindt zich een helder baken waarmee de Herinneringslantaarn ook op grote afstand te zien is.

Ook u kunt de herinnering aan een dierbare nabestaande eeuwigdurend levend houden door de naam van die persoon te verbinden aan dit licht.

 

De Herinneringsbijeenkomst

Elk jaar vindt een Herinneringsbijeenkomst plaats, in Theater de Lieve Vrouw tegenover de Onzelievevrouwetoren. Dan worden alle namen opgelezen, persoonlijke verhalen voorgedragen, voordrachten gehouden. Het geheel wordt altijd passend muzikaal omlijst. Voor nabestaanden en genodigden is de toegang gratis. Deze bijeenkomst is ook thuis via een live stream te volgen.

Voor het terugkijken van vorige bijeenkomsten klikt u KLIKT U HIER.

 

Stadsgedichten

Voor de jaarlijkse herinneringsbijeenkomst wordt de Stadsdichter uitgenodigd een speciaal gedicht te schrijven, dat door hem/haar zelf wordt voorgedragen.

 


22 oktober 2023
Twan Vet
gedeclameerd door Jan Bulsink

Alle dingen I

Van alle dingen die ik in de loop der jaren kwijt ben geraakt
– sleutels, pasjes voor het een of ander, de bloedeloze bewijzen
van mijn zijn –  doet jou verliezen eigenlijk nog het meeste pijn.

Ik zie je als ik wat verloren door de straten struin,
hoor je stem als er iemand praat en denk dat jij het bent,
mis je als het leven weer te zwaar is om te dragen.

Dat zijn de taaie dagen: wanneer het missen schuilt in alle randen
van de dag, tevoorschijn komt op de momenten waarop ik het
niet verwacht, een gat slaat in mijn lijf.

Van al die dingen ben jij het meeste kwijt, vastgelopen
in de wielen van de tijd. Bij jou vraag ik me nog het meeste af
waar jij in vredesnaam zal zijn.

 

Alle dingen II

Ik denk dat je het meeste vindbaar bent in de kleine dingen
die achter zijn gebleven: een foto, beeld waarop je nog beweegt
alsof je leeft, de alledaagse dingen die door je handen zijn gegaan.

Vooral op dagen zoals deze raak ik die dingen aan,
denk me naar je toe, probeer me voor te stellen wat je nu zou doen:
het zijn die doodgewone handelingen die ik van je mis.

Het zijn de kleine woorden die je zei, die hand die op mijn schouder
lag, het trage, kalme, vastberaden kloppen van je bast.
Ik wou dat je nog even in mijn armen was, dan zou ik je vertellen

van het gat in mijn bestaan waar jij alleen in past.

 


20 november 2022
Twan Vet

 

Slotmomenten

Ik stel de slotmomenten nu pas vast: te laat en altijd
achteraf – de laatste oogopslag, de laatste zin,

de laatste, doodgewone woorden die je schreef.
Verdwijnen is geen kwestie van niet meer verschijnen,

maar een oproep die voor altijd tussen jou en mij blijft
zweven, een mail waarop ik nooit meer antwoord krijg,

een vraag die onbeantwoord blijft. Ik spoel alles
als een film terug: wat je zei, hoe je keek,

wanneer je weer naar huis vertrok en de hoek omsloeg.
De laatste keer was al geweest en als ik dat toen al wist,

dan had ik je alvast verteld hoe zeer je later werd gemist.

 

Zo had het moeten gaan

Alle mensen liepen met een zwaar verdriet achter hun ogen
door de stad. De winkels bleven uit verlamming dicht.

Elke televisie ging uit zichzelf op stemmig zwart.
Er stak een wind als een zwerm van verse scheermesjes op,

aan het firmament werd wolk na wolk tot grijs geperst.
De vlaggen hingen halfstok in elke stilzwijgende straat –

zo had het moeten gaan op de dag waarop ik hoorde
over de leegstand van je huid. Zo ging het niet:

er trapten mensen haastig naar hun werk, de zon brak
doodgewoon weer door, auto’s reden nietsvermoedend rond –

als ik niet beter wist, zou ik bijna denken dat je nog bestond.

 


24 oktober 2021
Twan Vet


Zoeken

Vanochtend stond ik voor je huis. Er kwamen mensen thuis
die jou niet waren. Ze spraken met een stem die ik niet eerder
had gehoord, ze droegen kleren die jij nooit zou dragen,

ze zeiden namen die ik niet met jouw bestaan verklaren kon.
Ik zag de straat en dacht aan al die keren dat jij ditzelfde
uitzicht zag, dat jij ooit in dit uitzicht hebt gepast,

dat jij dit uitzicht was. Al die mensen die je hier ooit hebt
gegroet: wat zouden ze nu doen? Vanochtend stond ik
voor je huis en zocht naar de dagen dat je hier bestond – 

ik belde aan en hoorde hoe een vreemde deurbel klonk.


Vinden

Vanmiddag, in een winkelstraat, hoorde ik een stem die als de
jouwe klonk, zag ik een gezicht en de ogen keken met een blik –
jouw blik. Je was het niet. Dat spreekt voor zich.

Je bent voorgoed verdwaald en in deze winkelstraat zoek ik ineens
naar je bestaan. Ik dacht aan al die keren dat je voor me stond,
dat je naar me keek, dat je hebt geleefd. Nu ben je geweest.

Thuis vond ik een foto waarop je er nog was: nu rust je in een
mond die vaak jouw naam herhaalt, een brein dat aan je denkt –
toen wist ik het: je bent er nog. Je kan niet weg, zolang ik weet

dat je bestond. Ik zoek niet meer, sinds ik je vond.

 



11 oktober 2020
Jacques de Waart

Dag

de dauw is mistig nat
aan mijn voeten koud het gras
loop langs tafel vol van glas
leeg de flessen staan er zat

plek waar ieder gister was
nu plaatje langs mijn pad
zie even waar ik zat
uit ooghoek blik volgt mijn pas

de stilte hier nu ligt
geeft dag voorzichtig nieuw gezicht
zij is aan het ontwaken

zal met het uur mij warmer maken
dan ook de mist verdrijven
behoed de beelden die me blijven

 


19 september 2018
Eva Vleeskruijer

Deze zijde

de tijd knaagt gaten in mijn gemis
de zomeravond vangt jouw geur
een zonnebloem verhangt zich zo gracieus
ik vraag me niet af waar je bent
want ik voel je
vaak onverwacht
de regen kust mij
de zon streelt de krijsende kou van mijn wangen
het schimmenspel van mijn herinneringen
bespeelt mij
ik weet niet meer wat ik voel
als ik de slaap weer onder ogen kan komen
is het omdat ik weet
dat jij ons
met donzen vleugels toedekt
en ik je pas weer hoef te missen
als het licht is

Gene zijde

ik draai me om in mijn graf
de ruimte van de eeuwigheid bevangt mij
ik kruip veilig op je schouder
wees niet bevreesd
in je donkerste uren
zal ik je vangen in je vrije val
de wind wast je haren
ik draag je tranen naar de zee
met ons verleden
mijn geheimen neem ik mee
en de jouwe draag je
veel te zwaar
je sleept de jaren voort
maar ik rust pas zacht
als jij je vrij voelt
om te leven
als de liefde bloeit


1 november 2015
Nynke Geertsma

Herinneringslantaarn

In de stad, in het donker,
brandt er altijd één licht:
rustgevend geflonker,
een troostrijk gezicht

als een ster in de nacht,
daar hoog in de toren,
die met stralende kracht
nieuwe hoop doet gloren

in elk ongeremd gewoel
in een slapeloze nacht,
in elk onbestemd gevoel
dat er niemand op je wacht.

Dit liefdevol baken
dat naar de hemel reikt,
blijft over ons waken
als het aardse verstrijkt;

hét lichtpunt dat immer
ons herinnert aan diegenen
die uit ’t leven, maar nimmer
uit ons hart zijn verdwenen.

 


 

20 november 2016
Column “Licht”, Nynke Geertsma


We zitten in de donkere dagen voor kerst. De feestverlichting in de stad hangt weer, Sinterklaas is inmiddels aangemeerd in de Eemhaven en binnenkort lost de Kerstman hem af. We bereiden ons voor op gezelligheid rond de openhaard, met kaarsjes op tafel en wellicht wat vuurpijlen rond oud en nieuw om de kwade geesten uit het oude jaar te verjagen. We ontmoeten familieleden en vrienden om samen Sinterklaas te vieren, de kerstboom te versieren, zesgangendiners te veroberen, kadootjes uit te pakken en terug te kijken op een roerig jaar, dat wéér sneller is voorbijgegaan dan het vorige. We vieren feest.

Maar terwijl de klokt doortikt naar het nieuwe jaar, staan velen van ons in deze dagen ook even stil. Boven alle vrolijke verlichting in de straten brandt er een sereen lampje op het hoogste punt in onze stad. Een lichtpuntje voor tientallen dierbaren van vele stadsgenoten, dat zelfs óver de stadsgrenzen heen schijnt, voor overledenen uit andere delen van het land. De herinneringslantaarn.

Of zoals ik er vorig jaar over dichtte:
Een liefdevol baken
dat naar de hemel reikt,
blijft over ons waken
als het aardse verstrijkt;
hét lichtpunt dat immer
ons herinnert aan diegenen
die uit ’t leven, maar nimmer
uit ons hart zijn verdwenen.
Dierbare vaders, moeders, zonen, dochters, broers, zussen, opa’s, oma’s, tantes, ooms, vrienden en vriendinnen, van alle leeftijden. Ze zijn dicht bij ons, ook als ze er niet fysiek meer zijn. Hun persoonlijkheid, gezicht, woorden en daden. Hun glimlach, energie en passie. Elke keer als je naar boven kijkt, naar de herinneringslantaarn, dan voel je bijna hun aanwezigheid en is het alsof je zelf even iets lichter en warmer wordt. Het is een troostgevend licht in het hart van onze stad, in het midden van het land. Een lantaarn vol verhalen, een symbool van liefde die eindeloos is en leven dat eindig is.
Het is goed om even stil te staan. Stil te staan bij wat écht belangrijk is. Zeker nu, in de donkere dagen voor kerst. En de klok tikt door. Een nieuw jaar met nieuwe kansen, nieuwe ontmoetingen en nieuwe ervaringen komt in zicht.

Ik wens u mooie, warme momenten met de mensen die u dierbaar zijn en veel mooie, warme herinneringen aan alle dierbaren die er niet meer zijn.

 

Terug naar hoofdscherm